Egels hebben specifieke gedragskenmerken. Het beestje is afhankelijk van zijn reflexen om te kunnen overleven. Over het algemeen zijn wilde egels vrij schuw, maar er bestaan natuurlijk ook een aantal uitzonderingen. Het karakter van een egel is over het algemeen lief. De kleine, stekelige diertjes zijn vriendelijk naar mensen toe. Egeltjes staan verder bekend om hun nieuwsgierigheid. Maar zodra het te spannend wordt voor het diertje, rolt hij zichzelf op.
Gevaar
Als een egel denkt dat er gevaar op de loer ligt, dan rolt het diertje zich razendsnel op. De egel trekt zijn vier pootjes in en maakt van zichzelf een stekelig bolletje. De stekels staan alle kanten op. Vijanden van de egel, zoals bijvoorbeeld de uil, zullen de stekelige bol minder snel aanvullen. Als de egel denkt dat het gevaar geweken is, dan ontrolt het diertje zich weer op en loopt hij verder.
Winterslaap
Egels houden in de winterperiode een winterslaap. Hoelang de winterslaap van het beestje duurt, is afhankelijk van het weer. Hoe kouder de winter is, hoe langer het diertje slaapt. Tijdens hun winterslaap eten en drinken de dieren nauwelijks. Een slapende egel is eenvoudig te herkennen. De egel is stijf en opgerold. Daarnaast voelt het diertje koud en prikkerig aan.
Paren egels
De paartijd van de egel begint in maart. Egels maken tijdens het paarseizoen een heleboel herrie om aandacht te trekken en hun voorkeuren uit te spreken. De diertjes blazen, sissen en bijten. Als een mannetje het vrouwtje ‘gewonnen’ heeft, dan kan er gepaard worden. Een gemiddelde vrijpartij bij egels duurt een kleine 10 minuten. Ongeveer 34 dagen nadat de bevruchting heeft plaatsgevonden, worden en baby egels geboren. Een egel baart gemiddeld zo’n vijf a zes jongen.